Jaren 20

De jaren twintig van de afgelopen eeuw hadden muzikaal gezien veel weg van een laboratorium waar iedereen zijn eigen goddelijke gang ging. Waar de ene componist nog vasthield aan een impressionistische klanktaal, grepen anderen terug op oude klassieke vormen. Villa-Lobos was in elke vezel Braziliaans maar zonder Bach kon hij niet componeren. Francis Poulenc haalde het klavecimbel onder het stof vandaan en gaf het een tweede leven. Componisten overtroefden elkaar met exotische bezettingen. Een apart fenomeen was Igor Stravinsky, die er genoegen in schiep zijn bewonderaars voortdurend op het verkeerde been te zetten. Zelden was het muzikale landschap zo afwisselend als in die periode. Feestelijk, kleurrijk, avontuurlijk en overwegend lichtvoetig.